NVKC voor leden

Verkrijg hier toegang tot exclusieve NVKC ledencontent.

Verdiepende informatie ARM


Epidemiologie 

Het aantal geregistreerde nieuwe patiënten met ARM is 60 tot 75 in Nederland (ongeveer 4 per 10.000 geboortes). 

Klinische beschrijving
Anorectale malformaties (ARM’s) vormen een breed spectrum van congenitale anomalieën waarbij het anale kanaal en/of het rectum niet of niet goed zijn aangelegd. Bij jongens en meisjes bestaan er verschillende vormen van ARM die in type en ernst verschillen. Naast een anomalie van het anorectale kanaal kunnen er afwijkingen van het urogenitale systeem, het sacrum, de zenuwvoorziening en de bekkenbodem musculatuur voorkomen. Ook kunnen andere aangeboren afwijkingen voorkomen bij mensen met een ARM. 

Omdat er vele vormen van ARM bestaan, is de behandeling van een kind met een anorectale malformatie van kind tot kind verschillend.


Verschillende vormen van ARM

Sinds 2005 wordt de Krickenbeck classificatie aangehouden voor de indeling van ARM. Het is een beschrijvende indeling en maakt de keuze van behandeling inzichtelijk:

Krickenbeck classificatie
Belangrijke klinische groepen:

  • Rectoperineale fistel
  • Rectourethrale bulbaire fistel
  • Rectourethrale prostaatfistel
  • Rectovesicale (blaashals) fistel
  • Rectovestibulaire fistel
  • Cloaca
  • ARM zonder fistel

Zeldzame/regionale varianten:

  • Pouch (buidel) colon/ atresie/stenose
  • Rectumatresie/ stenose
  • Rectovaginale fistel
  • H-type fistel 

Zie ook de illustraties van vormen van anorectale malformaties.


Etiologie

Een ARM is een aangeboren afwijking waarvan de oorzaak meestal niet duidelijk is. De aandoening ontstaat tijdens de 6e tot 8e week van de zwangerschap als het laatste gedeelte van de endeldarm en anus en het urogenitale stelsel worden aangelegd. Bij een anorectale malformatie gaat er iets mis in de fase dat de orgaansystemen zich scheiden, of er is sprake van een te korte cloacale membraan waardoor het achterste gedeelte van die membraan ontbreekt en het septum niet goed naar beneden groeit. Hierbij kan een spectrum aan afwijkingen ontstaan. Zie ook de voorbeelden van illustraties van vormen van anorectale malformaties.

  • Bij ongeveer 10% van de patiënten met ARM is er sprake van een syndroom waarvan een genetische oorzaak bekend is. Voorbeelden hiervan zijn trisomie 13, 18 en 21, duplicatie van een deel van chromosoom 22 of een deletie van een klein deel van chromosoom 7 of 13. Andere zeldzame erfelijke syndromen waarbij ARM voorkomt zijn het Townes-Brocks syndroom, het Currarino syndroom en Fanconi anemie. Bij verdenking op een syndroom wordt specifiek genetisch onderzoek verricht om de klinische diagnose te bevestigen.
  • De niet-syndromale vorm van ARM lijkt multifactorieel bepaald. Onderzoek laat zien dat zowel genetische als omgevingsfactoren kunnen bijdragen aan het ontstaan van ARM.
  • De VACTERL-associatie wordt beschreven in geval van bijkomende aandoeningen. Als er sprake is van de VACTERL-associatie, zijn syndromen al uitgesloten; het is een diagnose per exclusionem. De oorzaak is grotendeels onbekend en ook hier is onderzoek gaande naar de rol van erfelijkheid. 

Bijkomende aandoeningen

Patiënten kunnen bijkomende aandoeningen hebben indien ARM voorkomt als onderdeel van een syndroom. Niet-syndromale ARM kan geïsoleerd voorkomen, maar bij 43 -71 % van de patiënten komen tevens andere aangeboren afwijkingen voor die vaak onderdeel zijn van de VACTERL-associatie. Bij complexe vormen van ARM komen vaker bijkomende aandoeningen voor. 

Een VACTERL-associatie is een diagnose per exclusionem. Alle kinderen met ARM worden gescreend op afwijkingen die vallen onder het spectrum van afwijkingen bij VACTERL. Bij twee of meer bijkomende aandoeningen (naast de aandoening ARM) passend in het acronym VACTERL, spreek je van VACTERL-associatie als je zeker weet dat er geen syndroom aanwezig is. Van de VACTERL-associatie is de oorzaak niet volledig bekend. Genetische oorzaken worden gesuggereerd maar zijn veelal gebaseerd op case-reports.

Afwijkingen die vallen onder het acronym VACTERL:

V   Vertebrae, afwijking van de wervels en het ruggenmerg
A Anus, een anorectale malformatie
C Cardiaal, afwijkingen aan het hart
TE   Tracheo-(O)esophageale afwijking, afsluiting of vernauwing van de oesophagus met eventueel een verbinding met de trachea
R Renaal, afwijking aan de nieren, urinewegen en/of blaas
L Limb, afwijkingen aan de ledematen

 


Diagnostiek

  • Lichamelijk onderzoek van het perineale gebied
  • Lichamelijk onderzoek van het gehele kind
  • Perineale echografie in combinatie met nier- en wervelkolom echografie
  • Indien nodig/als er twijfel is over de diagnose: X- buikoverzicht 
  • Echografisch onderzoek nieren en blaas en (op indicatie) consult kinderuroloog
  • Echografisch onderzoek van het spinaalkanaal 
  • Bij meisjes: echografisch onderzoek van de uterus /ovaria
  • X-wervelkolom en X-sacrum 
  • Consult klinische genetica (onderdeel VACTERL screening)

Voor meer informatie zie kwaliteitsstandaard ARM.

Genetische diagnostiek
Ieder kind met een ARM krijgt een consult bij de klinisch geneticus om te onderzoeken of er reden is om te denken aan een syndromale oorzaak (dan kan er DNA-diagnostiek worden verricht) en om informatie te geven over erfelijkheid en herhalingsrisico.
Het herhalingsrisico voor een tweede kind met een geïsoleerde niet-syndromale ARM wordt geschat op 1%. Bij 2% van de patiënten met ARM komt autosomaal dominante overerving voor (dan is het herhalingsrisico voor kinderen van de patiënt met ARM in deze families dus ongeveer 50%). 


Behandeling

Na de geboorte wordt een kind met ARM opgenomen in één van de expertisecentra. Bij geen of onvoldoende meconiumlozing krijgt het kind een infuus, geen voeding/vocht via de mond, een maagsonde en antibiotica. 
De behandeling van ARM is afhankelijk van de aard van de malformatie, het geslacht, het gewicht, de mogelijke bijkomende aandoeningen en het tijdstip/de leeftijd waarop de diagnose ARM wordt gesteld. 
De mogelijkheden voor behandeling bij een ARM waarbij een uitgang aanwezig is, zijn oprekken van de anus (als er een uitgang is die kan functioneren) en meestal een operatie om een nieuwe anus aan te leggen.

Bij vormen van ARM waarbij er geen uitgang zichtbaar is, zijn vaak drie operaties nodig: 

  1. aanleggen van een stoma
  2. de operatie om de nieuwe anus aan te leggen
  3. het opheffen van het stoma 

Per kind met ARM is het verschillend of de aanleg van de nieuwe anus kan plaatsvinden in de zuigelingen leeftijd. Soms moet na de operatieve aanleg van de anus ook nog in een later stadium een herreconstructie plaatsvinden. 

Voor meer informatie zie kwaliteitsstandaard ARM.


Na de operatie

Een kind mag na de eerste operatie naar huis als hartslag, ademhaling, bloeddruk en temperatuur normaal zijn, voeding verdraagt zonder te spugen en goed (pijn)medicatie via de mond kan innemen. Als het kind een stoma heeft, moet dit goed werken. Ouders krijgen uitleg over de verzorging van hun kind na de operatie.

Nazorg
Vanaf twee weken na de operatie waarbij de anus is gemaakt, inspecteert de kinderchirurg op de polikliniek de nieuwe anus en kalibreert deze met Hegars. Als de anus goed is genezen, wordt meestal aan de ouders geleerd om dagelijks thuis de anus te kalibreren. Het doel hiervan is om de anus soepel en wijd genoeg te houden. Geleidelijk aan worden steeds dikkere Hegars gebruikt. 
Ook na het opheffen van een stoma is het belangrijk door te gaan met het oprekken van de anus, totdat deze soepel en wijd genoeg is. Dit duurt een aantal maanden.  
Na de operaties blijven controle door de kinderchirurg, verpleegkundig specialist en eventuele andere zorgverleners van belang. Hiervoor wordt het voorbeeld follow-up schema gebruikt. 


Follow-up

Patiënten met ARM blijven onder controle bij het expertisecentrum. De follow-up kan per patiënt en per expertisecentrum verschillen. Kinderen met complexe problematiek worden vaker gecontroleerd en begeleid. Extra belangrijke contactmomenten zijn rond de leeftijd dat kinderen zindelijk worden en rond de puberteit. Rond de puberteit is het van belang om met name ook psychosociale en seksuele problematiek en het onderwerp relaties bespreekbaar te maken. Er vinden extra controles plaats indien daar redenen voor zijn.

Bij de follow-up afspraken kunnen meerdere zorgverleners betrokken zijn zoals een kinderchirurg, gespecialiseerd verpleegkundige, kinder MDL-arts, kinderarts, kinderfysiotherapeut, kinderpsycholoog, kinderuroloog, diëtist en/of maatschappelijk werker. Zie ook het voorbeeld follow-up schema.


Alarmsignalen

Er is een aantal alarmsignalen bij mensen met een ARM die directe behandeling behoeven. Zij zijn niet allen levensbedreigend, maar er moet wel direct actie ondernomen worden bij:

  • Acute anale pijn of een bloedende anus
  • Acuut getromboseerde hemorroid (interne of externe hemorroid)
  • Bloedende hemorroid
  • Bloedende anorectale varices
  • Anale fissuur
  • Perineale necrotiserende fascitis (Fournier gangrene) 
  • Niet terug te duwen of beklemde rectum prolaps
  • Anorectaal abces
  • Seksueel overdraagbare aandoeningen (seksueel overdraagbare proctitis)

Anorectale spoedsituaties bij pasgeborenen:

  • Als diagnose nog niet bekend: Het niet lozen van meconium 
  • Na operatie: postoperatieve complicaties zijn urineretentie, bloedingen, fecale impactie, anorectale sepsis.
  • Urineretentie
  • Anorectale sepsis
  • Fecale impactie 

Transitie

De kinderchirurg kan de zorg op volwassen leeftijd voorzetten. Waar nodig wordt de zorg overgedragen aan andere disciplines binnen het expertisecentrum zoals de chirurg en uroloog. Dit vindt dan meestal plaats op 17-jarige leeftijd, in overleg met de ouders, het kind en de betrokken artsen.


Prognose

De postnatale overlevingskans is ongeveer normaal, met name als er geen levensbedreigende bijkomende aandoeningen aanwezig zijn. Wel zijn er ook op langere termijn vaak klachten. Deze zijn per persoon met ARM verschillend en kunnen ook op volwassen leeftijd nog bestaan.

Mogelijke klachten op langere termijn

  • Obstipatie
  • Incontinentie voor feces en soiling
  • Slijmvliesprolaps op oudere leeftijd
  • Incontinentie voor urine
  • Neurogene blaasfunctiestoornis
  • Lichamelijke klachten, zoals buikpijn, misselijkheid en algemene malaise
  • De lichamelijke ongemakken van behandelingen die nodig zijn, zoals dagelijkse klysma’s, laxantia en rectale spoelingen. Hierbij kan ook schaamte en sociaal ongemak een rol spelen
  • Bij vrouwen kunnen menstruatiestoornissen optreden ten gevolge van de afwijkingen aan de baarmoeder en/of vagina (uterus dubbel aangelegd, septum of tussenschot).
  • Klachten op het gebied van de seksualiteit:
  • Vruchtbaarheidsstoornissen/infertiliteit (herhaalde bijbalontstekingen, afsluiting zaadleiders, ontbreken of afwijkende vagina/uterus, endometriose).
  • Zwangerschapsproblemen (door andere anatomie uterus en vagina).
  • Problemen tijdens bevalling: er kunnen complicaties ontstaan door bijvoorbeeld een kleine uterus, waardoor de bevalling eerder op gang komt. Ook is er meer kans op een stuitligging. Vaak zal een sectio caesarea moeten worden verricht.

Secundaire klachten

  • Mindere kwaliteit van leven. De kwaliteit van leven (QoL) kan in de drie brede domeinen zijn aangedaan door de aandoening en/of behandeling van ARM namelijk op het gebied van fysiek, mentaal en/of sociaal functioneren. De QoL is sterk afhankelijk van de problemen van de individuele patiënt, in combinatie met zijn levensstijl en persoonlijkheid.
  • Sporten wordt soms als probleem gezien, vooral bij incontinentieklachten.
  • Psychische klachten (onder andere schaamte, gevoel van onaantrekkelijkheid, zorgen over de toekomst, problemen met acceptatie, angst).
  • Problemen in het aangaan van relaties.

Klachten ten gevolge van eventuele bijkomende aandoeningen

  • Klachten door bijkomende blaas- en/of nierafwijkingen.
  • Klachten ten gevolge van co-morbiditeit (cardiaal, vertebraal (scoliose), bij oesofagusatresie en extremiteitsafwijkingen.
  • Soms loopstoornissen (door aangeboren afwijkingen aan de wervelkolom en/of aan het ruggenmerg). Deze zijn meestal in de kindertijd al naar voren gekomen.

Zie voor uitgebreide informatie de kwaliteitsstandaard ARM.